Functionele cookies: Wij plaatsen functionele cookies om deze website naar behoren te laten functioneren en analytische cookies waarmee wij het gebruik van de website kunnen meten. Deze cookies gebruiken geen persoonsgegevens.


Ik wil gepersonaliseerde informatie: Hiermee ontvang je gepersonaliseerde informatie op onze website die wordt afgestemd op je internetgedrag. Ook kunnen we nieuwsbrieven beter afstemmen op jouw voorkeuren.


Eén momentje voor een bewuste keuze…

Ga voor meer informatie naar onze cookieverklaring en privacyverklaring.

Softbalster Eva Voortman leerde in Japan haar grenzen kennen

Softbalster Eva Voortman leerde in Japan haar grenzen kennen

Longread

Cheer!

Eva Voortman speelt deze week met de softbalsters van TeamNL het olympisch kwalificatietoernooi in Utrecht. De 26-jarige pitcher hoopt volgend jaar een gooi te doen naar het goud in Tokio. Bekend terrein voor haar, want vorig jaar speelde ze nog in de Japanse competitie.

Spelen in Japan was altijd al een droom voor Eva Voortman. Softbal is daar volkssport nummer 1. De Japanse vrouwen wonnen in 2008 olympisch goud en werden daarna nog tweemaal wereldkampioen. De sterspeelsters verschijnen in reclames en fans lopen in T-shirts met hun naam erop. De softbalcompetitie in Japan geldt als de sterkste ter wereld. Eva had het plan om zich volgend jaar tijdens de Olympische Spelen in de kijker te spelen, om daarna een transfer te maken naar een van de profclubs in het land.

Maar een bezoek in 2017 aan het World Port Tournament in Rotterdam bracht het allemaal in een stroomversnelling. “Ik zat naast een medewerker van de KNBSB (Koninklijke Nederlandse Base- en Softbalbond, red.) op de tribune. Zij komt uit Japan en ik vertelde dat ik ooit wel eens in de Japanse prof-league wilde spelen. ‘Nou, waarom gaan we dat niet proberen dan?’, zei ze. Vervolgens heb ik een video van mezelf gemaakt waarin ik mezelf voorstelde. Die heeft zij doorgestuurd naar haar netwerk. Uiteindelijk was er één club serieus geïnteresseerd.”

Bekijk hier een presentatievideo van Eva Voortman, met ook beelden uit Japan:


Krulhaar
Dat was Ogaki Minamo, een club uit Ogaki, een stad in het midden van Japan op vier uur rijden van Tokio. De enige voorwaarde was dat de ploeg moest promoveren naar de hoogste league. Maar toen dat gebeurde konden er zaken worden gedaan. “Ik ben er eerst een keer een week naartoe te gaan om kennis te maken”, vertelt de Bilthovense. “Ze wilden natuurlijk wel even zien of ik het wel echt kon. Dat was in november. In januari vorig jaar ging ik er voor langere tijd naartoe. Toen ik aankwam werd dat zelfs met een persconferentie aangekondigd. Ik was de enige speelster uit Europa in de competitie. Iedere club mag twee buitenlanders in de selectie hebben. Maar dat zijn bijna altijd Amerikanen en een paar Australiërs. En ik dus. Mijn medespeelsters vonden het ook prachtig: dat ik zo lang was, dat ik krulhaar had en anders bewoog. Europeanen en Amerikanen zijn wat groter en doen meer op kracht. Aziaten doen alles op techniek.”

Eva merkte al snel dat het leven van een topsporter in Japan heel anders is dan wat zij gewend was. “Hun trainingen zijn vooral veel langer”, vertelt ze. “Een korte training is drie uur en op trainingskampen train je soms negen uur op een dag. En dan heel veel hetzelfde; ontzettend veel herhalingen. Dan moet je het wel op techniek doen, want op kracht hou je het anders niet vol. Ik studeer zelf Bewegingswetenschappen en weet wel wat over trainingsleer, en soms had ik wel mijn twijfels over de effectiviteit. Ik dacht: wat als ze nog slimmer zouden trainen; hoe goed zouden ze dan wel niet zijn?”


“In het begin heb ik geprobeerd om alles mee te doen. Ik dacht: ik ben fit, ik ga dit volhouden. Maar na vier dagen trainingskamp was ik al best wel leeg. En na veertien dagen helemaal. En voor de wedstrijden deden zij altijd een warming up van twee uur. In het begin deed ik daar ook aan mee, maar dan was ik al moe als de wedstrijd begon. Een paar uur lang bij 30 graden zonder schaduw; dat ging gewoon niet. Op een gegeven moment kwam ik in gesprek met buitenlandse speelsters van andere teams en die zeiden dat zij daar nooit aan meededen. Toen dacht ik: goh, dat heb ik de afgelopen maanden dus wel gedaan...”

Cultuurverschillen
Eva was de enige buitenlander bij de club en sprak geen Japans. Alleen de team-director kon een beetje Engels. “We communiceerden met handen en voeten. Ik merkte dat het niet alleen ging om me verstaanbaar te maken, maar ook om de interpretatie. Dan ging het niet mis vanwege de taal, maar vanwege de cultuur die erachter zat. Ik speelde bijvoorbeeld minder dan ik aanvankelijk had gedacht. Ik dacht dat ik waardevoller kon zijn voor mijn team. Dus ik vroeg aan mijn coach wat ik anders zou moeten doen om meer het team te kunnen helpen. Dat vond ik zelf een hele goede vraag, maar die viel niet in goede aarde. Het werd uitgelegd alsof ik aan de autoriteit van de coach twijfelde.”

Ook buiten het veld liep ze tegen cultuurverschillen aan. “Ik wilde na de training een keer meehelpen met het opruimen van het veld. Maar dat was not done. Ik was een buitenlandse speler en dan sta je toch hoger in de hiërarchie en dan ga je niet het veld opruimen. De jongere speelsters vonden het trouwens wel leuk hoor, dat ik dat wilde doen. Ik wilde onderdeel worden van hun cultuur, maar dat laten ze niet toe. Ze blijven je als buitenlander beschouwen.”


Hersenschudding
Een jaar lang alleen in een land waar je de taal niet spreekt, met een andere cultuur. Het was niet altijd makkelijk, ervaarde Eva. “Na een botsing op een training was er sprake van of ik een hersenschudding had of niet. Maar bij de club vonden ze sowieso van niet en moest ik meteen weer spelen. Toen ze dat niet serieus namen, voelde ik me niet een persoon maar alleen een speler die ze op dat moment nodig hadden. Dat vond ik wel lastig. Toen miste ik Nederland wel, waar je ook wordt gewaardeerd als persoon en waar je gezondheid voor gaat. Maar dat voorval maakte het wel makkelijker om soms eens niet mee te doen met een training en wat vaker voor mezelf te kiezen.”

Na vijf maanden onderbrak Eva haar verblijf bij Ogaki Minamo om met Nederland mee te doen aan het WK. Daarna volgde nog een tweede seizoenshelft in Japan. In november keerde ze definitief terug en sindsdien speelt ze weer bij haar oude club, Olympia uit Haarlem. “Mijn verblijf in Japan heeft veel impact gehad op hoe ik nu in de sport sta. Het was vooral in het begin soms best moeilijk, maar uiteindelijk ben ik ontzettend blij met wat ik daar heb geleerd. Ik ben mezelf tegengekomen, heb er hard leren werken en ook mijn grenzen leren vinden. En ik weet nu ook dat ik het heel erg leuk vind om hard te trainen en heel erg goed te worden. Ik was vroeger nooit zo bezig met professional worden, maar het heeft me laten inzien wat mijn doel in de sport is. Dat is olympisch goud in Tokio.”


Inzicht
Dat is een verrassende ambitie, aangezien de afgelopen zes wereldkampioenschappen de finale altijd ging tussen de Verenigde Staten en Japan. Bij het WK vorig jaar in het Japanse Chiba eindigde Nederland als achtste. Eva: “Toen ik naar Japan ging dacht ik meer moeite te hebben met het niveau en minder met de cultuur. Maar het was net andersom. Qua niveau kon ik goed meekomen en dat gaf me ook het inzicht dat wij in Nederland best dichtbij zijn. Het verschil is niet zo groot.”

Deel dit artikel op social media:

Je vraag wordt verwerkt. Een momentje geduld..

Moedig Eva aan!