Functionele cookies: Wij plaatsen functionele cookies om deze website naar behoren te laten functioneren en analytische cookies waarmee wij het gebruik van de website kunnen meten. Deze cookies gebruiken geen persoonsgegevens.


Ik wil gepersonaliseerde informatie: Hiermee ontvang je gepersonaliseerde informatie op onze website die wordt afgestemd op je internetgedrag. Ook kunnen we nieuwsbrieven beter afstemmen op jouw voorkeuren.


Eén momentje voor een bewuste keuze…

Ga voor meer informatie naar onze cookieverklaring en privacyverklaring.

In aanloop naar de Spelen van Rio volgde Britt Eerland vooral haar teamgenoten. Richting Tokio kiest ze haar eigen weg. Er is in vier jaar veel veranderd voor de Schiedamse, die deze week met onze tafeltennissters op het olympisch kwalificatietoernooi staat in Portugal. We zetten de Britt van toen tegenover die van nu.

Britt de sporter
“Ik dacht vier jaar geleden te weten hoe je je als een topsporter moet gedragen. Een beeld dat ik had van anderen en op mijzelf toepaste. Kopiëren-plakken. Je bijna blind te focussen. Maar goed, de Olympische Spelen kwamen eraan dus het was het allemaal waard. Dacht ik. Dat was niet zo. Rio was voor mij een fiasco. Eén ronde in de dubbel en het was klaar. Ik kon direct naar huis. Had ik daarvoor nou twee jaar afgezien? Ik wist zeker dat ik naar Tokio zou willen. Maar wel op een andere manier. Sterker als persoon en als speelster. Met meer plezier in mijn spel.”

“Richting Rio was ik veel te veel gefocust op resultaat. Op alleen maar mijn punten maken. Niet met mijn spel, waardoor ik de basis vergat. Ik leerde accepteren dat ik niet een standaard topsporter ben, als die al bestaat. Mijn hoeveelheid trainingen heb ik nu meer aangepast op mijn wedstrijdritme. En ik train fysieker dan de meeste tafeltennissers. Ga met mijn personal trainer aan de slag met mijn kracht, sprongoefeningen en vooral snelheid. Dat het anders is dan de rest? So be it. Ik bepaal nu mijn eigen regime.”

Britt de mens
“Britt de mens, die vergat ik 2016 nog wel eens. Toen draaide het alleen maar om mij als sporter. Na onze uitschakeling op de Spelen werd ik daarmee geconfronteerd. Ik had weinig, te weinig naast mijn sport. Voor mij werkte dat niet, merkte ik na Rio. Ik ben daardoor bij de Open Universiteit weer begonnen met een studie psychologie. Fijn om iets naast de sport te doen. Dat heb ik nodig, anders maak ik mezelf helemaal gek. Ik ben ook weer gaan dansen. Het is lekker om op een andere manier te bewegen. De balans is beter geworden tussen sport en de rest van mijn leven.”

“Ontspannen helpt mij om later weer goed te kunnen presteren. Maar soms moet je die ontspanning een beetje afdwingen. Vrienden of familie weten nu dat het voor mij niet altijd fijn is om over mijn sport te praten. Natuurlijk is aandacht lief en leuk. Maar op een gegeven moment is het ook fijn om gewoon een mens te zijn. Gewoon een persoon die graag leuke dingen doet met vrienden of familie.”

Britt de teamgenoot
“Ik voelde mij vier jaar terug soms een jeugdspeler, die meeliep. Ik was 22 jaar en had veel minder ervaring dan Li Jie en Li Jiao, die al zoveel in de sport hadden meegemaakt. Door het verschil in leeftijd en cultuur was het soms lastig om aansluiting te vinden. Ik volgde maar, ook omdat ik het zelf niet beter wist. Doen wat een ander van je verwacht, dat was voor mij het belangrijkste. Het was mijn manier om erbij te horen. Ik weet nog dat Li Jiao op een gegeven moment vroeg of ik sneller kon spelen. Dat past eigenlijk helemaal niet bij mij, maar ik deed het wel zonder dat ik vroeg welk idee erachter zat.”

“Nu begrijpen we elkaar veel beter. Is er meer begrip voor elkaars verschillen en kwaliteiten. Li Jiao zei laatst tijdens een dubbeltraining tegen mij dat ‘we ons gevoel maar even moesten volgen’. Dat was echt iets wat ik in het team heb gebracht. We zijn dus echt naar elkaar toegegroeid. Zij staan meer open voor mijn ideeën en ik heb meer recht van spreken, omdat ik meer gepresteerd heb. Ik durf ook verder door te vragen. Kim Vermaas is er na Rio bijgekomen; zij is een paar jaar jonger dan ik. Samen zijn we Peppie en Kokkie, de grappenmakers. Leuk, om ook die rol te kunnen pakken.”

Britt de leider
“Ik ben de Nederlandse speelster met de hoogste positie op de wereldranglijst. Als singlespeelster ben ik de laatste jaren flink gegroeid. Wat was ik trots toen ik twee maanden geleden voor het eerst de beste speelster van het land was. Het brengt minder druk mee dan ik had verwacht. Ik vind het juist wel lekker, die verantwoordelijkheid. Dat merkte ik in Duitsland al, bij mijn club Tus-Bad Driburg. Daar wil ik als nummer één een leider zijn, het goede voorbeeld geven. Met een positieve houding het team stimuleren.”

“Ik merk dat ik door die rol mij nog beter aan mijn basisafspraken hou, geen gekke dingen wil doen. Het team laten zien dat we ons niet af laten leiden door een scheidsrechter of een tegenstander. Ik wil graag diegene zijn die het team rust en vertrouwen geeft. In Duitsland heb ik die rol nadrukkelijker dan bij de Nederlandse ploeg. Daar doen we het vooral samen, omdat we elkaar kwalitatief weinig ontlopen.”

Britt de professional
“Ik had het al over regime… wat was ik extreem met eten. Ik heb tijden geen blokje chocolade gegeten omdat het van mijzelf niet mocht. Maar ga je daar nou écht beter van spelen als je jezelf zoiets helemaal verbiedt? Dat obsessieve werkt dus niet voor mij. Andere speelsters zijn weleens verrast als ik een keer hagelslag op mijn brood heb. Dat mag ik nu, van mezelf. Het is oké, zolang het niet te extreem wordt. Ik ben in alle opzichten wat relaxter.”

“Ik vond vroeger bijvoorbeeld ook dat ik als professional altijd bereikbaar moest zijn. Voor mensen van mijn club bijvoorbeeld. Nu stel ik beter mijn grenzen. Reageer ik wanneer het mij uitkomt. Ik ben heel blij dat ik heb geleerd om mezelf uit te zetten. De balans tussen professional zijn en mijn privéleven is veel beter geworden. Nu weet ik veel beter wat ik doe. Waarom ik iets doe. En wat voor mij werkt.”