Functionele cookies: Wij plaatsen functionele cookies om deze website naar behoren te laten functioneren en analytische cookies waarmee wij het gebruik van de website kunnen meten. Deze cookies gebruiken geen persoonsgegevens.


Ik wil gepersonaliseerde informatie: Hiermee ontvang je gepersonaliseerde informatie op onze website die wordt afgestemd op je internetgedrag. Ook kunnen we nieuwsbrieven beter afstemmen op jouw voorkeuren.


Eén momentje voor een bewuste keuze…

Ga voor meer informatie naar onze cookieverklaring en privacyverklaring.

Vijf veldspelers. Drie keer twintig minuten. Op een veld van zestig bij dertig meter. Dat zijn we gewend bij ijshockey. Maar op de Jeugd Olympische Winterspelen in Lausanne gaat dat net wat anders. Het veld is kleiner, de speeltijd is korter en een team heeft maar drie spelers in het veld staan. Bovendien bestaat een ploeg uit spelers uit allemaal verschillende landen.

Robin de Vroede heeft als speler, coach en bestuurder al veel meegemaakt in het ijshockey. Maar zelfs voor hem is een team van drie spelers (plus een keeper) een nieuwe ervaring. “Ik ken het als trainingsvorm. Maar ik ken geen enkele competitie waar ze met dit aantal spelers op het ijs staan”, vertelt Robin. Hij is bestuurslid sporttechnische zaken bij de ijshockeybond en teammanager van meerdere nationale teams. In Lausanne begeleidt Robin de Nederlandse ijshockey-afvaardiging.

“Maar begrijp me goed, ik ben erg enthousiast over deze opzet. Het is namelijk goed voor de spelers. En daar gaat het om. In een kleiner veld, met minder spelers, wordt iedereen veel vaker aangespeeld. Hoe vaker iemand in het spel betrokken wordt, hoe beter het is voor de ontwikkeling. Het is een snellere variant van het traditionele ijshockey. Het veld is kleiner, dertig bij zo'n twintig meter. De wedstrijd duurt drie keer zestien minuten.”

Dylan Wesseling.

Dylan Wesseling.

Verschillende nationaliteiten, één team
In Lausanne vinden verschillende toernooivormen plaats. De jongens- en meisjesteams uit de zes beste landen ter wereld spelen hun eigen competitie, met hun nationale ploegen. “De spelers van de andere landen worden allemaal verdeeld over acht jongens- en meisjesteams. Je zit daardoor met allerlei nationaliteiten in een team. Een opzet die ik ken uit het Development Camp van de internationale ijshockeybond. Dat is een bijeenkomst voor spelers en trainers, met tweehonderd kinderen uit vijftig landen. Van Argentinië tot Thailand en van Zweden tot Qatar. Zij worden op dat kamp verdeeld over verschillende teams.”

Via een zogeheten skills challenge konden ijshockeyers zich plaatsen voor de jeugdspelen. “Dat hield in dat je zo snel mogelijk een parcours moet afleggen”, vertelt Dylan Wesseling. Hij is één van de zeven Nederlanders die we in Zwitserland in actie zien. “Zo snel mogelijk schaatsen, raak schieten en weer terugschaatsen. Heel gaaf om te doen. Omdat dat goed ging, mag ik meedoen aan het toernooi.”

Dylan, uit Katwijk, staat normaal gesproken met allemaal landgenoten op het ijs bij Hijs Hokij uit Den Haag. In Lausanne speelt hij onder meer samen met een Oekraïner, een Noor en Taiwanees. “Gelukkig is mijn Engels wel goed, want ik verwacht dat we die taal met elkaar gaan praten. En anders komen we er ook wel uit. Ik vind het extra gaaf om met spelers uit andere landen samen te spelen. Daar kan je alleen maar beter van worden.”

Persoonlijke ontwikkeling
“Dit is geweldig voor hun persoonlijke ontwikkeling”, zegt Robin. “Het zijn kinderen van vijftien, zestien jaar. Ze zitten in een fase waarin ze veel stappen maken. Het vraagt wel wat van je, om je te manifesteren in een internationaal team met verschillende culturen. Hartstikke interessant natuurlijk, want ze moeten zich snel aanpassen aan hun omgeving. Prachtig dat ze zoiets mogen meemaken.”

Dylan: “Ik hoop dat ik gasten ontmoet waar ik de komende jaren nog veel tegen ga spelen. Het zou toch heel mooi zijn als we later met Nederland deze jongens weer tegenkomen…en dan het liefst natuurlijk op de Olympische Spelen.”

“Elkaar op deze manier te leren kennen en een internationaal team bouwen, is voor mij de ultieme olympische gedachte”, besluit Robin. “Ik weet dat kinderen uit zo’n Development Camp nog jarenlang contact met elkaar hebben. Ik denk daarom dat onze ijshockeyers in Zwitserland vrienden voor het leven gaan maken.”