Functionele cookies: Wij plaatsen functionele cookies om deze website naar behoren te laten functioneren en analytische cookies waarmee wij het gebruik van de website kunnen meten. Deze cookies gebruiken geen persoonsgegevens.


Ik wil gepersonaliseerde informatie: Hiermee ontvang je gepersonaliseerde informatie op onze website die wordt afgestemd op je internetgedrag. Ook kunnen we nieuwsbrieven beter afstemmen op jouw voorkeuren.


Eén momentje voor een bewuste keuze…

Ga voor meer informatie naar onze cookieverklaring en privacyverklaring.

Ronald Florijn won in 1988 (in de dubbeltwee) en 1996 (met de Holland Acht) olympisch goud. Zijn dochter Karolien (22) hoopt volgend jaar haar debuut te maken op de Spelen in de vier-zonder. Op de Bosbaan spraken we met hen over ijs, roeien en natuurlijk de Olympische Spelen. "Ach, de olympische roeiwedstrijd is net als een wedstrijd om de hoek. Je moet er vooral niet meer van maken."

Ronald, deze uitspraak komt van jou. Is het echt zo simpel?
Ronald: "Nee, natuurlijk niet. Het is wel iets wat je moet leren. Dat de Spelen hetzelfde zijn als iedere andere wedstrijd. Het is zeker meer, in de erkenning en alles, maar je moet gewoon hetzelfde roeien als de training daarvoor. Het gaat mis als je gaat denken: dit is wel heel bijzonder. Je moet vooral niet overdrijven zodat je doordraait in de wedstrijd."

Karolien: "Ik denk vooral dat je niet iets anders moet doen dan anders. Het is uiteindelijk gewoon een roeiwedstrijd over twee kilometer. In Tokio zal het niet anders zijn."

Ronald: "Het is pure fysiologie en dat is mijn dingetje. Op de Spelen gaat je hartslag gewoon omhoog. Dat gebeurt al wanneer je wandelt in het olympisch dorp. Om te voorkomen dat je hartslag te hoog is in de roeifinale moet je die zenuwen eerder op de dag kwijtraken. Zorg ervoor dat je al veel eerder gaat warmroeien. Als je in de middag roeit moet je 's ochtends al baantjes in de benen hebben. Dan heb je al bewogen en voorkom je een te hoge hartslag."

Karolien: "Je moet je langer voorbereiden, blijkbaar. Dat hoor ik nu ook voor het eerst. Wel goed om mee te nemen."

Karolien tijdens de WK in 2017 nog in de Vrouwen Acht (foto: Merijn Soeters).

Karolien tijdens de WK in 2017 nog in de Vrouwen Acht (foto: Merijn Soeters).

Je vader heeft aan vier Olympische Spelen meegedaan en veel prijzen behaald in het roeien. Hebben jullie het daar vroeger veel over gehad?
Karolien: "Nee, eigenlijk niet. Hij heeft mij persoonlijk heel weinig verteld. Als er visite langskwam, hoorde ik hem al die verhalen vertellen en zo kreeg ik opeens iets mee. De grootste dingen weet ik natuurlijk wel, maar we hebben het er eigenlijk nooit over."

Ronald: "Wel toen je begon met roeien. Je vroeg eigenlijk nooit wat, totdat je zelf ging roeien. Toen kwam je met vragen."

Karolien: "Als je in de sport rolt dan word je nieuwsgierig en dan vraag je: pap, hoe zit dat nou? Ik kwam natuurlijk op de roeivereniging en de mensen daar kennen mijn vader wel. De Olympische Spelen hebben mij altijd al gefascineerd. Op school hield ik er spreekbeurten over. Zo kwam ik zelf alles te weten over de carrière van mijn vader."

Karolien, waarom ben je begonnen met roeien?
Karolien: "Net als mijn broertjes wilde ik in eerste instantie niet roeien. We hebben eerst judo gedaan. Iemand van de roeivereniging vroeg op een gegeven moment of ik niet een keer mee wilde trainen. En zo rolden we er toch een beetje in. Het was ook een stuk makkelijker om te gaan roeien. De vereniging zat om de hoek bij ons in Leiden en voor judo moesten we verder reizen. Uiteindelijk hebben we er ook heel veel plezier in gekregen."

Ronald: "Ik had gehoopt dat Karolien verder was gegaan met judo. Ik vond dat wel grappig en origineel, zeg maar. Mijn dochter heeft veel vermogen en is niet zo explosief. Als judoka valt zij dus niet direct aan, maar ze wacht en maakt de tegenstander moe om na twee minuten toe te slaan."

Als je vader geen roeier was geweest, was je dan ook gaan roeien?
Karolien: "Dat weet ik niet. Ik ben er mee in aanraking gekomen door mijn ouders. Zij namen mij mee naar de vereniging omdat ze zelf ook roeiden. Ik vind het wel een hele mooie sport, maar ik zou dan misschien op veel latere leeftijd zijn begonnen. Ik vind wedstrijdjes gewoon leuk en dan vooral wedstrijdjes winnen. Wat heel aantrekkelijk is aan roeien is dat je op het water bent. Je komt overal in de wereld op de mooiste meren. Dat is voor mij het grootste pluspunt. Lekker buiten zijn.”

Ronald: "Roeien is heel toegankelijk. Je hoeft niet heel licht of explosief te zijn. Mensen met een normaal gewicht en lengte zijn ideale roeiers. Het gaat om een periode van zes minuten en het belangrijkste is een hoog vermogen."

Is dat erfelijk?
Karolien: "Het type spiervezels is deels erfelijk. Een deel heb je meegekregen en dat moet je dan verder uitbouwen."

Je bent een geboren roeister. Want ook je moeder Antje was vroeger een Duitse toproeister. Ontdekte je al snel jouw roeitalent?
Karolien: "Toen ik begon, had ik gewoon een hele leuke trainingsgroep, met iets van vijftien jongens en ik als het enige meisje. Je wordt weggestuurd in een boot en dan moet je er maar voor zorgen dat je iedereen voor blijft. Dat bleven we doen en doordat je dat heel vaak doet word je er steeds beter in."

Bemoeit je vader zich weleens met je over het roeien?
Karolien: "Nee, daar houdt hij zich helemaal buiten. Als ik vragen heb, kan ik hem wel bellen natuurlijk."

Ronald: "Ik doe het ook bewust niet. Het gevaar bestaat natuurlijk dat ik me dan overal mee bemoei. Je moet oppassen dat je andere coaches niet voor de voeten gaat lopen. Je weet natuurlijk wel dingen uit eigen ervaring. Zoals met voeding en zo.”

Ronald Florijn (links) wint met Nico Rienks goud op de Olympische Spelen in Seoul 1988 (foto: ANP).

Ronald Florijn (links) wint met Nico Rienks goud op de Olympische Spelen in Seoul 1988 (foto: ANP).

Komt dat onderwerp vaak ter sprake?
Ronald: "We hebben allebei een eet-tic, ja."

Karolien: "We hebben het dan over wanneer je voor de wedstrijd het beste kan eten en wat het beste eten is. Van kinds af aan zijn we gestimuleerd om gezond te eten. Alle randvoorwaarden om te presteren waren in huis. En vroeg naar bed gaan was bij ons thuis heel normaal."

Ronald: "Dat deden we niet zozeer voor het roeien, maar wel voor het fit zijn. Eénwielfietsen was bijvoorbeeld echt ons ding. En dan het liefst bergop, dat deden we elke vakantie. Ons gezin kan niet tegen stilzitten. Zo hebben we in Duitsland bij de schoonfamilie een helling. Elke dag gingen we dan meerdere keren die helling op met de éénwieler.”

Karolien: "En éénwielfietsen is ook gewoon leuk."

Ronald: "Ik denk vooral na over wattage, kilogram en gewicht.”

Karolien: "Op dat moment hadden wij het niet door. We hebben geluk gehad dat onze ouders ons fysiek en qua voeding altijd optimaal hebben opgevoed. Mijn ouders zeiden altijd: 'Ga lekker buiten spelen. Hier heb je je éénwieler, ga maar wat doen'."

Jullie eten nooit ongezond?
Ronald: "Oh jawel hoor. Op eetgebied lijken we ook veel op elkaar. We houden allebei van lekkere dingen en snoepen. Een doos met tompouces vind ik lastig om te laten staan. Zelfs voor een wedstrijd. Ik heb roeiwedstrijden verloren omdat ik mij niet kon inhouden. Karolien leert van mijn fouten. Zij blijft nu net voor de drempel, ze weet door mij dat ze niet over die drempel heen moet gaan."

Karolien: "Ik weet nog dat ik vlak voor een jeugd-NK een literbak ijs in de vriezer had staan. Die had ik toen helemaal opgegeten. Mijn vader kwam thuis en vroeg: Waar is het ijs? Ik durfde natuurlijk niets te zeggen. Ik had die bak ergens anders weggegooid en niet thuis bij ons in de prullenbak. Uiteindelijk moesten we met z'n allen die ijsbak gaan zoeken. Toen moest ik wel opbiechten dat ik het had opgegeten."

Ronald: "Ik heb serieus heel veel wedstrijden verpest door eten. Ik koos liever voor griesmeelpudding dan dat ik een wedstrijd zou hebben gewonnen. Karolien kan dat vaak nog net weerstaan omdat ze het van mij weet. Ik heb het ook vaak tegen haar gezegd. Je verliest als je niet voor jezelf zorgt. Net als met ziek zijn. Ik heb vaak met koorts geroeid en dat is niet handig. Na ziekte heb je ook de neiging om trainingen in te halen. Dat is allemaal flauwekul en dat weet ik door schade en schande. Karolien doet dat dus niet. Die houdt het bij bananen en biefstuk."

Wat is verder de rol van je familie in je carrière, Karolien?
Karolien: "Ze staan altijd voor mij klaar en dat weet ik. Die band is heel belangrijk. Het is fijn dat je een plek hebt waar je terecht kan als je ergens mee zit. Het is een punt om op terug te vallen."

Ronald, je kijkt niet naar roeiwedstrijden van je dochter. Waarom is dat?
Ronald: "De spanning wordt dan te hoog. Ik heb natuurlijk wel verstand van roeien en dan ga ik mij ermee bemoeien. Dat wil ik niet. Als ik weet dat ze gewonnen heeft dan kijk ik het filmpje achteraf wel. De olympische finale ga ik niet kijken, dat weet ik zeker."

Karolien: "Dat vind ik ook niet zo erg hoor. Ik ben het gewend. Hij hoeft dan niet opeens wel te gaan kijken."

Ronald: "Niet kijken is ook erg zwaar voor mij. Twee uur na het begin van de wedstrijd ben ik helemaal uitgewoond, terwijl ik niet kijk. Het is zwaarder dan een training voor mij. Bij het WK waar Karolien zilver won, liep ik de tuin in. Mijn vrouw kijkt wel en die zegt dan de uitslag. In Tokio ga ik niet kijken en wacht ik op mijn vrouw."

Heb je alle vertrouwen in je dochter?
Ronald: "Ja, ik weet dat Karolien door de opvoeding en de goede trainingen stressbestendig is. Ik weet zeker dat als iedereen flipt op de Spelen, dat Karolien overeind blijft."

Karolien: "Ik wil net als papa een gouden medaille, dus daar ga ik voor. En alle wedstrijden tussendoor wil ik natuurlijk ook winnen."

Headerfoto: Ronald en Karolien Florijn (foto: Ellen de Monchy).